Daar zit ik dan. Op het puntje van mijn stoel, ergens tussen vijf en zes uur ‘s middags. De traditionele wielerwedstrijd finishtijd. Het peloton is als een grote bende bij elkaar en moet nog een laatste klimmetje op. Een kuitenbijtertje. Niet al te lang, maar wel een redelijk stijgingspercentage. Smachtend wacht ik tot de verlossende woorden uit de mond van Michel Wuijts (of soms ook Karl Vannieuwkerke) door mijn TV-set schallen. “En Gilbert gaat!” Mijn hart slaat een slag over.
Mijn hart is een nog redelijk jong wielerhart. Tijdperken zoals dat van Merckx liggen ver voor mijn tijd. Je hoort de verhalen, maar kunt er niet echt een voorstelling van maken. Grootse daden, dat ongetwijfeld, maar het spreekt mij niet al te veel aan. Het tijdperk Armstrong, dat heb ik als eerste bewust meegemaakt. Als hij met een soepel pedalentredje weer wegfladderde van zijn tegenstanders zat ik ook op het puntje van mijn stoel. Hij had mijn wielerhart in een houdgreep.
De jongste jaren behoort die eer echter toe aan een Belg. Een Waal. Taalbarrières bestaan niet in België als hij zijn snedige demarrage aanzet. Het is eventjes alsof alle delen van België gelijk zijn. Begin dit jaar kwam hij bij ons zijn geluk al eens op de proef stellen. De Cauberg, een van Nederlands bekendste hellingen, moest het hoofd buigen toen Phil aanzette. Niemand kon volgen. Vorig jaar in de 20e etappe van de Giro d’Italia. Een sprint van meer dan een kilometer bergop. Alles geven. Niemand die kan volgen. Van de kop af. Geweldig.
Er zijn er in het huidige peloton maar weinig die een dergelijke aankomst zo goed kunnen verwerken. Een finisher eerste klas. Etappe 3 van de Vuelta 2010, tussen vijf en zes uur ‘s middags. Castillo de Gibralfaro kraakt in zijn voegen. Phil niet. Een inspanning van een meter of 600 is genoeg om zelfs de beste klassementsrenners op seconden te zetten.
Als dit een voorproefje is van wat het komende najaar kunnen verwachten hou ik mijn hart vast. Zijn najaar was vorig jaar al subliem, als hij dat dit jaar kan herhalen is hij nog meer een grote meneer dan hij nu al is. De regenboogtrui in Geelong, Australië. Dat zou het helemaal afmaken. De kuitenbijters kunnen hun beste beentje alvast voorzetten. Op de kuiten van Phil bijten ze hun tanden stuk.






